In 2014 heeft de raad van Ommen een begrotingsdoctrine vastgesteld. Deze heeft de afgelopen jaren goed gewerkt en we achten het wenselijk de hoofdlijnen daarvan op deze plaats nog eens te herhalen:
- De begrotingscyclus beslaat vier jaar, waarbij het beleidsmatige en financiële kader elk jaar wordt bepaald in de kadernota. Die wordt jaarlijks uitgewerkt in de programmabegroting. Afwijkingen werden twee keer in het jaar verantwoord in rapportages. Met ingang van 2024 is dit teruggebracht tot één keer (Najaarsnota). De uiteindelijke inhoudelijke en financiële verantwoording vindt plaats bij de jaarrekening. Inmiddels is de begrotingscyclus zo ingericht.
- De begroting gaat uit van de volgende richtlijnen:
- de begroting is elk jaar meerjarig sluitend. Inmiddels is dat steeds het geval;
- de weerstand wordt berekend aan de hand van alle voorziene risico's en opgenomen in een toereikende algemene reserve. Inmiddels wordt jaarlijks de weerstand berekend. Nu is deze afgerond € 4,1 miljoen. De voorziene algemene reserve van ruim € 17,2 miljoen is dus ruim voldoende;
- tussentijdse wijzigingen vinden slechts plaats als die echt onvoorzien, onvermijdelijk en onuitstelbaar zijn. Daarbij worden overschotten/tekorten niet tussentijds gecompenseerd. Inmiddels is de eis van zowel onvoorzien, onvermijdelijk als onuitstelbaar niet erg haalbaar gebleken. Wel is deze richtlijn vertaald naar de Najaarsnota, waarbij de gemeenteraad afwijkingen voorgelegd krijgt;
- de netto schuldquote bedraagt hooguit 130% van de begroting. In het bestuursakkoord is de maximumnorm verlaagd naar 100%. De afgelopen jaren heeft Ommen hier steeds aan kunnen voldoen en ook nu is dat nog het geval;
- budgetoverhevelingen worden aan de gemeenteraad voorgelegd tijdens de Najaarsnota. Inmiddels is dit bestendige praktijk;
- kapitaallasten worden bepaald op grond van actuele meerjarenramingen. Inmiddels is dit bestendige praktijk.