Ga naar de inhoud van deze pagina.
Begroting 2026 - 2029 -

A. Uitgangspunten

Hieronder staan de uitgangspunten voor het opstellen van begroting 2026 en de meerjarenraming 2027 - 2029. Deze zijn vastgesteld bij de Kadernota 2026 in juli 2025:

  • de basis voor de begroting is bestaand beleid inclusief de raadsbesluiten tot en met de Najaarsnota 2025 en Kadernota 2026;
  • nieuw beleid/voorstellen investeringen worden overgenomen uit de Najaarsnota 2025 en de Kadernota 2026;
  • voor de berekening van de algemene uitkering wordt rekening gehouden met de uitkomsten van de septembercirculaire 2025;
  • de begroting 2026 wordt opgesteld tegen lopende prijzen;
  • voor prijscompensatie wordt rekening gehouden met 2,7%;
  • voor looncompensatie wordt rekening gehouden met 3,7 %;
  • de tarieven worden in 2026 inflatoir verhoogd met 2,7%;
  • het renteomslagpercentage bedraagt 0%;
  • de rekenrente voor eventueel nieuw aan te trekken geldleningen is 3,5%;
  • De aan de grondexploitaties toe te rekenen rente moet worden gebaseerd op de werkelijk betaalde rente over het gemeentelijke vreemde vermogen (de uitstaande geldleningen). Voor de begroting 2026 is uitgegaan van 0,1 %;
  • de ramingen voor grondexploitaties (inclusief de ramingen voor plankosten) zijn ontleend aan de Meerjarenperspectief Grondexploitaties (MJP) 2026;
  • de netto schuldquote bedraagt maximaal 100%.